Terug naar verhalen

Wie ben ik eigenlijk?

Wie ben ik eigenlijk?bij Algemene verhalen

Anna was negentien toen ze haar geboortedorp in Slowakije verliet.

Girlpower-1054_2

Als oudste dochter in een onstabiel gezin liep ze veel krassen op. Ze was vroeg wijs, maar ook naïef. Veel te naïef, realiseerde ze zich later, om op eigen benen te staan in de ‘grotemensenwereld’. Ze kon kiezen: Engeland of Nederland; thuis blijven was geen optie, want haar vader vond dat ze nu lang genoeg op zijn kosten had geleefd. Als ze wilde studeren moest ze maar voor zichzelf zorgen. Een studie volgen en een toekomst opbouwen, dat was haar droom toen ze als au-pair naar Nederland kwam…

Au-pair in Nederland

Als au-pair runde ik een huishouden met twee kleine jongens van vier en zes jaar oud. Hun vader had een baan in de ICT, hun moeder was een ambitieuze vrouw die voor haar werk veel in het buitenland was. Na een jaar besloot deze moeder om haar kinderen bij haar man en de au-pair achter te laten. Haar carrière was belangrijker dan haar gezin.

Huwelijk en zwangerschap

Terwijl ik als au-pair in huis bleef, begon Bert (de vader) steeds meer aandacht aan mij te besteden. Na verloop van tijd werd ik verliefd op deze man. Hij was de eerste die mij zijn liefde betoonde en alles voor me over had. Ik kon eindelijk een studie psychologie oppakken die hij betaalde en niets wat ik vroeg was hem te veel. Uiteindelijk vroeg hij me ten huwelijk. Mijn droom leek te snel, te makkelijk in vervulling te gaan. Na verloop van tijd raakte ik zwanger. Maar tijdens een vruchtwaterpunctie werd ons kindje geraakt en na zeven maanden kwam het kindje levenloos ter wereld.

shutterstock_62785537

Een donkere periode

Er volgde een donkere periode. Schuldgevoelens en verdriet sloegen een gat in ons leven. We zochten troost, soms bij elkaar, soms ieder voor zich in de eenzaamheid. Ik worstelde met de vraag hoe het kon dat de twee jongetjes uit Berts vorige huwelijk hier gezond en wel rondliepen, terwijl mijn kindje er niet meer was. Toen anderhalf jaar later ons tweede zoontje werd geboren, verhuisden we naar het platteland. Bert had daar ooit een huis laten bouwen en er een paar jaar gewoond met zijn vorige vrouw. Met dit huis, dit mooie plekje, zou hij aan de wereld (en vooral aan zijn ex) laten zien hoe goed het hem ging. Hij maakte carrière, kon riant wonen én had ook nog een nieuwe partner.

Alpha-cursus

Maar voor mij bleef het donker, ook al had ik nu zelf een zoontje. Ik voelde me enorm geïsoleerd maar kon geen nieuwe vriendschappen aangaan. Ik voelde me nog altijd een vreemde in dit nieuwe land. Verschillende buren probeerden contact te leggen. Ik stond ze te woord, maar hield de mensen buiten de deur. Toen ik meedeed met de Alpha-cursus kwam er een ommekeer. Het was geweldig om te merken dat mensen bij mij in de buurt ook in God geloofden en dat we daar over konden praten. Het voelde als een warm bad. Dit was het begin van mijn sociale netwerk. Ik bloeide op van de omgang met anderen, van de waardering en bemoediging die ik kreeg en van ongedwongen gezelligheid. Het contrast met de situatie thuis werd hierdoor wel pijnlijker.

Zware burn-out

We hadden intussen vier kinderen: twee stiefkinderen en twee van onszelf. Mijn enige referentiekader was mijn eigen opvoeding en de manier hoe mijn man met zijn kinderen omging. Ondertussen wilde ik ook per se mijn psychologiestudie voortzetten, want daarvoor was ik immers naar Nederland gekomen. Maar het kostte me te veel. Ik belandde in een zware burn-out en moest helemaal op Bert terugvallen. Die had het ondertussen ook niet makkelijk: onregelmatig werk als zelfstandig ICT’er en een gezin om draaiende te houden. Geen wonder dat onze relatie behoorlijk onder druk kwam te staan.

Wie ben ik eigenlijk?

Het katholieke geloof uit mijn jeugd had ik altijd vastgehouden. In deze donkere periode was het idee dat God er altijd is, de enige bodem onder mijn bestaan. Naar de kerk gingen we allang niet meer, maar gelukkig vond ik op internet prachtige overdenkingen van Joyce Meyer. Deze gaven mij moed om mijn moeilijkheden samen met God te overwinnen. Langzaam maar zeker durfde ik meer van mezelf te laten zien en het verlangen naar echtheid won het geleidelijk van de angst om bijvoorbeeld mensen kwijt te raken. Ik volgde een life-coaching cursus over onderwerpen als: Wie ben ik? Wat is mijn fundament? Wat zijn mijn dromen/passies en welke actie moet ik ondernemen om deze te verwezenlijken? Dat was een flinke klus.

God die voor me zorgt

Ook thuis bleef het moeilijk. De oudste zoon was nu een puber met een briljant verstand, maar met een vorm van autisme. Onze zoon werd gediagnosticeerd met ADHD en de jongste, een meisje, bleek PDD-nos te hebben. Ook dat was enorm moeilijk. Maar toch weet ik nu dat God bij mij, bij ons is. Na tien jaar wonen in Nederland, is het leven nog steeds knokken. Maar ik heb een Vader die voor me zorgt. Er is nog een lange weg te gaan, maar ik heb grond onder mijn voeten en een doel voor ogen.

Anna is pas met haar jongste twee kinderen verhuisd naar een klein huisje op een camping; ze voelt zich vrijer dan ooit. Ze wil niet scheiden en heeft (voor het eerst) goed contact met haar man. Maar nooit meer wil ze terug naar het huis waar ze zo ongelukkig is geweest…

Wie ben ik eigenlijk?