Terug naar verhalen

Essay van Nathalie Roos

Essay van Nathalie Roosbij Artikelen

Komt tot Mij allen, die vermoeit en belast zijt, en Ik zal u rust geven

BG-tijdengeld-lezentegendeboom (1)

Bovenstaande tekst is afkomstig uit Matteüs 11, vers 28. Ik kwam de tekst tegen in een reactie op de documentaire ‘Alles wat we wilden’ van Sarah Domogala. In deze documentaire komen vier creatieve en ambitieuze jongeren aan het woord die ogenschijnlijk een gelukkig en succesvol leven leiden. Naarmate de documentaire vordert, komen verborgen twijfels en angsten aan het licht. Emiel (29 jaar, illustrator in Londen) heeft moeite met de stress en de teleurstellingen die zijn werk met zich meebrengt. Mireille (27 jaar, werkzaam bij een NGO in Brussel) voelt zich gefrustreerd, omdat ze geen tijd heeft voor het ontwikkelen van haar creatieve talenten. Niki (28 jaar, modeontwerpster) stelt hoge eisen aan zichzelf en haar werk. Helaas lukt het haar niet altijd aan deze eisen te voldoen. Ze zegt het jammer te vinden dat mensen steeds meer aandacht besteden aan wat je doet, in plaats van wie je bent. Daniël (25 jaar, net afgestudeerd aan de kunstacademie) vertelt over zijn onzekerheden. Over of hij het wel gaat maken in de ‘echte’ wereld. Af en toe krijgt hij een paniekaanval, waardoor hij terug verlangt naar zijn ouderlijk huis, met name naar zijn moeder.

De tekst uit Matteüs zette mij aan het denken over het christelijk geloof en wat zij kan betekenen voor hedendaagse jongeren. Voor het beantwoorden van deze vraag maak ik gebruik van het boek ‘Een seculiere tijd’ van Charles Taylor. Taylor schrijft hierin over de leegte van de moderne mens en haar diepgewortelde verlangen naar spiritualiteit. Het gevoel waarin veel mensen zich herkennen, namelijk: ‘is dit alles?’ is, volgens Taylor, een uitingsvorm van een normaal menselijk verlangen naar iets wat ons alledaagse leven overstijgt. De moderne mens verkeert, aldus Taylor, in een fundamentele crisis, omdat er geen ruimte meer is voor de menselijke neiging om te zoeken en te streven naar iets hogers. Naar de mogelijkheid om je als mens, als individu, te transformeren (Taylor 2009). Hierbij doelt Taylor niet op behoeften als onderdak, voeding, werk of relatie, maar op het spirituele, hetgene dat de mens overstijgt. In de huidige tijd staan de wensen en behoeften van het individu centraal, waardoor er weinig aandacht is voor hoe de mens zichzelf kan veranderen. Voor hoe hij of zij een beter mens wordt. Niet succesvoller of mooier, maar beter.

De documentaire ‘Alles wat we wilden’ gaat over de druk die jonge mensen voelen om te presteren en ‘perfect’ te zijn. Jongeren willen heel graag iets zijn, zich ontwikkelen en boven zichzelf uitstijgen. Zij willen ergens om herinnerd worden, aldus Sarah Domogala. Mede hierdoor ligt de lat extreem hoog. Jongeren van nu, waaronder ikzelf (33 jaar, dus zwaar op het randje) zijn opgevoed met een scala aan keuzes en mogelijkheden. Wij hebben meegekregen dat er van alles mogelijk is. En dat het aan onszelf ligt wat we er mee doen. Wat blijkt? Deze verantwoordelijkheid weegt zwaar. Want als het niet lukt, ligt het aan jezelf. Je kan toch alles worden wat je wil?

Maar, vraag ik mijzelf al jaren af, waar gaat dit allemaal om? Waarom is het zo belangrijk om iets ‘groots’ met je leven te doen? Waarom lukt het niet tevreden te zijn met wat er is, met wat je kunt? Waarom maak ik het mijzelf zo verschrikkelijk moeilijk? Waarom een derde studie? Waarom s’avonds laat nog doorwerken aan projectplannen, fonds-aanvragen en sollicitatiebrieven (met nog 300 andere kandidaten). Waarom jezelf telkens weer teleur laten stellen: u beschikt niet over het juiste profiel. Of, nog erger: er zijn dusdanig veel mensen met een soortgelijk profiel als het uwe, dat we uw gegevens niet opnemen in portefeuille. Maar, ik ben toch best origineel? Nee, dus.

Maar is dit nu echt zo belangrijk? Is dit zoveel tijd, zoveel gepieker waard? Ik weet dat het niet zo is, maar waarom ga ik er dan toch mee door? Ben ik, net als zoveel anderen, in de valkuil getrapt mijn ontevredenheid, mijn gemis, op te willen vullen met een flitsende carrière? Een origineel project, mijn naam in de krant, lof en goedkeuring, afgunst, publiek, aandacht. Is dat wat ik wil? IK?

Net als ik, en vele anderen, streven de jongeren uit de documentaire  naar een succesvol leven. Een gevolg hiervan is dat er, door de drukte en de snelheid van ons leven, weinig tijd is voor introspectie en spiritualiteit. Dat hier wel behoefte aan is, bewijst de populariteit van cursussen in meditatie, yoga en mindfulness. Charles Taylor gooit het echter over een andere boeg. Hij pleit voor een terugkeer naar de christelijke normen en waarden die onze cultuur grotendeels verworpen heeft. Volgens hem schuilt hierin een oplossing voor de crisis waarin de moderne mens verkeert: voor zijn eenzaamheid, egoïsme en gevoelens van depressie, innerlijke leegte en zinloosheid (zie bovenstaande). Christelijke inzichten zouden een goed tegenwicht vormen. Van belang is volgens hem dat we het spirituele, het transcendente, weer serieus nemen. De gedachte dat er iets hogers bestaat om naar te streven.

Taylor benadrukt dat deze inzichten niet alleen in het christendom te vinden zijn, maar ook bijvoorbeeld in het Hindoeïsme of bij Plato (Taylor 2009). Volgens Plato bekleedt de Idee van het hoogste Goede de centrale plaats in het rijk van Ideeën. Alles is ondergeschikt aan het hoogste Goede, het einddoel van het heelal (Störig 1990: 142). Het doel van de mens is in het bezit te komen van dit hoogste Goede door zich boven de zinnelijke wereld te verheffen. Lichaam en zinlijkheid zijn de boeien die ons dit verhinderen. En deugd is de toestand van de ziel die dit doel benadert.

De Idee van het hoogste Goede komt overeen met datgene Taylor schrijft over de transformatie van de mens; het streven naar verandering, naar goedheid. Het boven zichzelf uitstijgen. Mensen voelen zich tegenwoordig op allerlei vlakken tekortschieten. Zie de jongeren uit ‘Alles wat wij wilden’. Zie mijzelf. Volgens Taylor is de zogenaamde ‘maakbaarheid’, van het individu, van de samenleving, hier debet aan. Onze tijd is doordrongen van het gegeven dat mensen in principe goed zijn zoals ze zijn. Het idee dat we onvolmaakt zijn en van daaruit verlangen en streven naar iets hogers wordt principieel verworpen. Gevoelens van machteloosheid, onvermogen en innerlijke verdeeldheid zijn, in onze seculiere tijd, symptomen die je kunt bestrijden. Symptomen waartegen je iets kunt, zelfs moet doen, wil je ‘normaal’ zijn.

Volgens Taylor kan men hier ook anders tegen aan kijken. Dat mensen zondig zijn, werd door de meeste christelijke stromingen gezien als de aard van de mens. Dan behoren bepaalde aandoeningen, zoals verwardheid of  verdeeldheid, ook bij de aard van de mens en worstelen vrijwel alle mensen met hetzelfde. Wat normaal is voor de meeste mensen is een toestand tussen zonde en het goede in. Elk mens is onvolmaakt, weet de gelovige, terwijl dit menselijke tekort tegenwoordig zo fel bestreden wordt.

Waar het afschaffen van religie bedoeld was om de mens te bevrijden, klinkt bovenstaande als een bevrijdende relativering van mijn huidige staat.  Maar…. ik ben nog niet geheel overtuigd. Vanuit mijn eigen christelijke opvoeding weet ik dat ook het ‘Goede’ een behoorlijk zware druk op je kan  leggen. En bovendien denk ik dat mijn arbeidsethos deels gevormd is door de, door Max Weber omschreven, protestantse werkethiek[1]. Werk an sich is zo’n belangrijk onderdeel geworden van het leven, dat er weinig tijd overblijft voor andere zaken. Een terugkeer naar christelijke normen en waarden is dan ook niet het eerste waar ik, vanuit mijn jarenlange rebellie tegen mijn christelijke opvoeding, aan denk. Maar het heeft mij wel nieuwsgierig gemaakt. Ergens ben ik iets kwijt geraakt wat werkelijk belangrijk is. En met mij vele anderen.

Tot slot vraag ik mij af wat het onderwijs hierin kan betekenen. Een belangrijke taak van het onderwijs is het voorbereiden van jongeren op de maatschappij. Nu blijkt dat zoveel jongeren moeite hebben met de keuze vrijheid en de prestatiedruk in onze huidige samenleving is het van groot belang hier aandacht aan te besteden. Het onderwijs dient, volgens mij, namelijk niet enkel om jongeren voor te bereiden op de maatschappij, maar ook als inspiratiebron om deze te veranderen.

Literatuur

  • 2009 Taylor, C. Een seculiere tijd. Rotterdam, 2009
  • 1990 Störig, H.J. De geschiedenis van de Filosofie. Het Spectrum BV
  • 1958 Weber, M. The Protestant Ethic and the Spirit of Capitalism.
  • In: A Reader in the Anthropology of Religion. Edited by Michael Lambek. Blackwell Publishing, 2002.

Bronmateriaal

  • ‘Alles wat we wilden’ , een documentaire van Sarah Domogala

[1]    De protestantse werkethiek is een door Max Weber geïntroduceerde term. De term verwijst naar de calvinistische opvatting dat hard werken en spaarzaam leven een positief effect hebben op de mens en op de christelijke samenleving in het algemeen. Weber legt het verband tussen het Calvinisme en het kapitalisme. Hij schrijft dat hard werken en rationeel denken de basis vormen voor het  kapitalisme.

Essay van Nathalie Roos