Terug naar het reflecties overzicht

Geliefdenbij Bijbel

Rond de begin van onze jaartelling..

Dit verhaal gaat over het toepassen van wetten en regels. De wetgeleerden bestudeerden de wet van God en leerden die aan de mensen. De Farizeeërs waren mensen die probeerden om zich zo precies mogelijk aan de wet van God te houden. Ze hadden een heel uitgebreid systeem van regels opgebouwd over hoe de wet van God in het dagelijks leven toegepast zou moeten worden. Ze waren zelfs nog preciezer dan nodig was, want ze hielden zich ook aan de strengere regels die alleen voor de priesters golden. Ze vonden zichzelf veel beter dan het ‘gewone volk’ dat zich minder met de wet bezighield. Ze hielden zich daarvan op een afstand, omdat ze vonden dat ze ‘onrein’ werden van die mensen.

Onderstaand gedeelte is overgenomen uit Johannes hoofdstuk 8 verzen 3 tot en met 11 uit de vertaling van de Basisbijbel.

Jezus en de schuldige vrouw

Toen brachten de wetgeleerden en de Farizeeërs  een vrouw naar Hem toe. Iemand had haar betrapt toen ze met een man naar bed ging met wie ze niet getrouwd was.  Ze zetten haar midden in de kring van mensen en zeiden tegen Hem: “Meester, we hebben gezien dat deze getrouwde vrouw daarnet met een andere man in bed lag.  Mozes heeft in de wet gezegd dat zo iemand met stenen doodgegooid moet worden. ( Dat was niet helemaal waar. In de wet van Mozes stond dat ook de man gedood moest worden!) Wat vindt U dat er met haar moet gebeuren?” Ze vroegen dat, omdat ze hoopten dat Hij iets verkeerds zou zeggen. Ze wilden Hem ervan kunnen beschuldigen dat Hij Zich niet aan de wet hield, want dan konden ze Hem gevangen nemen. Maar Jezus bukte Zich en schreef met zijn vinger in het zand. Maar ze bleven verder vragen. Daarom kwam Hij overeind en zei tegen hen: “Wie van jullie is nooit ongehoorzaam aan God? Laat híj als eerste een steen naar haar gooien.”  Toen bukte Hij Zich weer en schreef verder op de grond. Maar toen ze dat hoorden, drong het tot hen door dat ze zelf ook niet altijd leefden zoals God het wil. Ze gingen één voor één weg, de leiders het eerst. De vrouw bleef alleen achter in de kring van mensen rondom Jezus.  Jezus kwam overeind en zag dat ze waren weggegaan. Hij vroeg haar: “Vrouw, waar zijn die mannen gebleven die jou beschuldigden? Heeft niemand van hen je veroordeeld?” En ze zei: “Nee Heer, niemand.”  Jezus zei: “Ik veroordeel je ook niet. Ga naar huis en doe geen verkeerde dingen meer!”

Vragen:

  • Wat roept dit verhaal bij je op?
  • Heb jij je wel eens veroordeeld gevoeld en ervaren dat alle mensen naar je keken? Wat voel je op zo’n moment?
  • Wat vind je van de manier waarop Jezus hiermee omgaat?
  • Wat zou je aan Jezus willen vragen als je aan je eigen situatie denkt?
Geliefden