Werk

Niet iedereen heeft een baan, maar wel iedereen heeft werk. Het kan zijn dat je met een studie bezig bent, vrijwilligerswerk doet of druk bent om een huishouden draaiende te houden. Het kan zelfs zo zijn dat je niet in staat bent om iets van de voorgenoemde taken te doen en dat het al een heel werk is om voor jezelf te zorgen. Als je in je eigen onderhoud kunt voorzien en je hebt ook nog plezier in je werk, is dat super. Het is steeds minder vanzelfsprekend dat je werk hebt en je mag al heel blij zijn met een betaalde baan. Grappig is dat wat de één een saaie baan vindt voor de ander het ultieme geluk betekent. We zijn als mensen heel verschillend en dat geeft kleur aan het leven. Als iedereen dát zou doen waar hij goed in is en zijn kwaliteiten volop zou benutten zouden we met elkaar vast en zeker veel gelukkiger zijn. Maar hoe kom je er nu achter wat echt bij je past? Durf je voor iets anders te kiezen als je merkt dat je niet gelukkig wordt van de dingen waar je nu mee bezig bent? Wat mag het je kosten om als mens tot je doel te komen?

BG-totslot-vrouwkijktnaarrechts

 

Inhoudelijk

Tijdens deze ontmoeting ga je met elkaar nadenken over werk, ontwikkeling, balans in het leven. Lees met elkaar het hoofdstuk Niet alles kan (zie onder)uit het boekje De Mabelgeneratie. Bespreek daarna met elkaar de vragen. Bespreek ook de voortgang van DESIGNstart: weektaken, doelen, prioriteiten etc.

Als je geen zin hebt om met elkaar om de tafel te gaan zitten praten omdat je dat al genoeg hebt gedaan dan kun je er ook voor kiezen om met elkaar een klus aan te pakken. Informeer bijv. bij Stichting Present of een soortgelijke organisatie of er iemand is voor wie je iets kunt betekenen. Een ander idee kan zijn om bij elkaar te gaan poetsen, behangen, in de tuin werken of noem maar een zijstraat. Je kunt dit ook afspreken voor een keer tussendoor.

Niet alles kan

Wijnants onderscheidt drie verschillende houdingen als het om werk gaat. Groep één wil werken om geld te verdienen, wat natuurlijk een heel goede motivator kan zijn. Groep twee wil best werken, maar hecht heel veel belang aan veel vrije tijd en een goed sociaal leven. Dat baantje mag dan best een ‘no-brainer’ zijn, zoals Wijnants het uitdrukt.

De derde groep werkt echt omdat ze het werk zo leuk vindt, om de intrinsieke waarde daarvan. ‘Problemen ontstaan wanneer je alle drie tegelijk wilt. Want echt, dat kan niet. Oudere generaties zeggen: wat zijn ze verwend, of zijn jaloers. Maar al die keuzemogelijkheden kunnen ook tot apathie leiden. Want als je niet slaagt, ben alleen jij daarvoor verantwoordelijk.’ Voor mislukken is in deze generatie geen plaats meer. Wijnants heeft haar werk gekozen omdat de inhoud ervan haar leuk en boeiend leek. Tot haar verbazing blijkt ze daar ook nog geld en aanzien mee te verwerven. Ze gaat nu zelfs promotieonderzoek doen over dit onderwerp aan de Universiteit van Amsterdam, een mogelijkheid die niet eens op haar doortimmerde loopbaanplanning stond. En met haar salaris gaat het sinds enige tijd ook een stuk beter. ‘Maar carrière maken en geld verdienen is nooit mijn opzet geweest.’ Ze wil maar zeggen: als je echt kiest voor iets, kun je nog behoorlijk worden verrast.

Is er verschil tussen hoe mannen en vrouwen naar werk kijken? ‘Ja,’ zegt Wijnants. ‘Mannen zullen echt nooit over kinderen beginnen en hoe het dan moet, en bij vrouwen van rond de dertig is dat toch wel een steeds terugkerend onderwerp. Aan de andere kant voelen mannen zich meer beperkt door wat er van ze wordt verwacht door de maatschappij, al zijn dat onuitgesproken verwachtingen, en zijn ze minder geneigd iets uitzonderlijks te doen. Een vrouwelijke advocaat kan na lang nadenken wel juffie worden- maar een man? Wat dat betreft hebben vrouwen meer mogelijkheden.’

Uit: De mabelgeneratie door Liesbeth Wytzes, 2005, Arena, hoofdstuk Niet alles kan, blz 92 ‘Vrouwen die zijn geboren rond 1970 markeren een nieuwe generatie: ze zijn zeker van zichzelf, assertief, onafhankelijk en vrijgevochten. Hun carrière is even belangrijk of misschien zelfs belangrijker dan een gezinsleven. Ze hebben geen man meer nodig voor status, geld, een huis en een auto, daar zorgen ze zelf wel voor: ze zijn ervan overtuigd dat ze zich wel zullen redden. Liesbeth Wytzes bracht deze opvallende generatie vrouwen in kaart.’

Discussievragen
  • Er staat: ‘Problemen ontstaan wanneer je alle drie tegelijk wilt. Want echt, dat kan niet. Ben je het daarmee eens? Hoe kijk jij tegen je eigen werk aan? In welke groep zit jij? (NB. Als je geen baan buitenshuis hebt wat zijn de zaken die jij in je hoofd had bij het levensterrein Werk uit DESIGNstart?)
  • Lees het stuk uit het inspiratieboekje. Wat vind je daarvan? Herken je de verschillende tijden? Wat doet dit met je?
  • Herken je de beschrijving rondom de man? Herken je dit -als dit van toepassing is- in je eigen situatie?
  • Vorige keer heb je nagedacht over jouw beeld van God. Denk daar nog eens aan terug. In hoeverre speelt God voor jou een rol in je werk of heeft Hij invloed op de manier waarop jij in je werk staat? (Ben je wat je doet of ben je geliefd om wie je bent ongeacht wat je doet?) Zou die impact groter mogen zijn? Hoe kun je dat vormgeven?
  • Hoe gaat het met de doelen, weektaken, prioriteiten uit DESIGNstart? Leuk om van elkaar te horen of er echt mee gewerkt wordt. Je kunt elkaar hierin aanmoedigen.

Volgende keer

Volgende keer ga je met het levensterrein Rentmeesterschap aan de slag. Als de vrouwen dit leuk vinden en er toe instaat zijn, ga je een wandeling maken. Je hebt een plek nodig waar een mooie, grote boom te vinden is. Spreek met elkaar tijd en plaats af. Mocht het weer niet goed genoeg zijn, kun je verder gaan met het levensterrein Geliefden. De wandeling kun je dan uitstellen.

Levensterreinen